klem
Substantivo
klem (plural klemmen)
- ênfase:
- Als je de twee gelijmde stukken een nachtje in de klem zet, komen ze goed vast te zitten.
Sinónimos
- klauwplaat, knip, nadruk, tetanus
Pronúncia
Radical
klem
Verbetes derivados
|
Substantivo
klem masculino
Declinação
Substantivo masculino do 1º grupo (–s/–er)
| ||||||||||||||||||||||||
Substantivo
klem masculino
Declinação
Verbetes derivados
|
|